ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0710
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.W.S. de Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onjuiste herkomstclassificatie
Eiser, afkomstig uit Noord-Irak, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat hij geen nationaliteits- of identiteitsdocumenten kon overleggen en zijn asielrelaas onvoldoende positieve overtuigingskracht had. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende kon onderbouwen waarom hij niet over documenten beschikte en dat zijn verklaringen over de functie van zijn vader bij de inlichtingendienst Mukhabarat en de omstandigheden van diens ontvoering niet geloofwaardig waren.
Eiser voerde aan dat hij op grond van het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak in aanmerking zou moeten komen voor een vergunning, aangezien zijn ouders en zus in Bagdad waren geboren. De rechtbank stelde echter vast dat het beleid alleen geldt als het gezinslid uit Centraal-Irak ook in Nederland verblijft, wat hier niet het geval was. Daarnaast was het beroep op een categoriaal beschermingsbeleid voor Noord-Irak onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan partijen toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.