ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0715
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering recidivegevaar
Eiser, van Turkse nationaliteit, werd in 2001 ongewenst verklaard en zijn verblijfsvergunning ingetrokken na een veroordeling voor een poging tot medeplegen van een overtreding van de Opiumwet. Ondanks een reclasseringsrapport dat een zeer geringe kans op recidive constateerde, werd de ongewenstverklaring voor tien jaar opgelegd.
De rechtbank toetste het besluit van verweerder en oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser, ondanks de geringe kans op recidive, gedurende tien jaar ongewenst verklaard moest worden. Verweerder stelde enerzijds dat het bij de ongewenstverklaring niet om het recidivegevaar ging, maar anderzijds dat uit de aard van het delict wel recidivegevaar voortvloeit, wat de rechtbank onduidelijk vond.
Verder wees de rechtbank het beroep van eiser op het Besluit 1/80 af, omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden daarvoor. Ook het bezwaar dat eiser niet in het bijzijn van zijn gemachtigde was gehoord werd verworpen wegens gebrek aan belang en onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering van het recidivegevaar en draagt op tot een nieuw besluit.