ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0960
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake verhuur aalvisrechten Lauwersmeer en toetsing goedkeuringsbesluit
In dit kort geding stond centraal of de goedkeuring van de Kamer voor de Binnenvisserij op 5 augustus 2004 aan de verhuur van aalvisrechten door de Staat aan Visserijbedrijf [visserijbedrijf A] formele rechtskracht toekomt en wat dat betekent voor rechterlijke toetsing. Eiser stelde dat de Staat onrechtmatig handelde door de vrijgekomen visrechten van een derde partij zonder zijn medeweten aan de gebroeders [gedaagden sub 2 en 3] te verhuren, in strijd met beleidsregels en huurovereenkomsten.
De feiten betroffen de verhuur van aalvisrechten op het Lauwersmeer, waarbij de Staat in 1999 de rechten aan drie partijen verhuurde. Na het eindigen van de huurovereenkomst van [partij 1] in 2004 verhuurde de Staat de vrijgekomen rechten aan Visserijbedrijf [visserijbedrijf A]. Eiser werd hiervan pas later op de hoogte gesteld en maakte bezwaar tegen het goedkeuringsbesluit, dat uiteindelijk onherroepelijk werd verklaard.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel de goedkeuring formele rechtskracht heeft, de civiele rechter de private huurovereenkomst nog steeds kan toetsen. De Staat heeft jegens eiser gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en zijn verplichtingen als verhuurder, maar het buiten werking stellen van de huurovereenkomst zou ernstige gevolgen hebben voor de andere partijen. De vorderingen van eiser werden daarom afgewezen. Proceskosten werden verdeeld zoals bepaald.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt eiser in de proceskosten van de verschenen gedaagde.