ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1332
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolgberoep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 16 juni 2007 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze maatregel werd een eerste beroep ingesteld, dat op 2 juli 2007 door de rechtbank gegrond werd verklaard. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie, stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS).
De Voorzitter van de AbRS bepaalde bij uitspraak van 3 juli 2007 dat verweerder geen gevolg hoefde te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat op het hoger beroep was beslist. Het onderhavige geding betreft een vervolgberoep dat op 10 juli 2007 is ingediend. Volgens artikel 96, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 kan een vervolgberoep alleen worden ingediend indien het eerste beroep ongegrond is verklaard.
Aangezien het eerste beroep in deze zaak gegrond is verklaard, is het vervolgberoep niet-ontvankelijk. De rechtbank heeft dit tijdens de zitting van 24 juli 2007 uitgesproken en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Eiser vorderde tevens opheffing van de maatregel en toekenning van schadevergoeding, maar deze vorderingen konden in het vervolgberoep niet worden behandeld.
Uitkomst: Het vervolgberoep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard.