ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1332

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
24 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 07/27958
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 96 Vw 2000Art. 106 Vw 2000Art. 8:67 AwbArt. 8:70 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vervolgberoep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring

Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 16 juni 2007 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze maatregel werd een eerste beroep ingesteld, dat op 2 juli 2007 door de rechtbank gegrond werd verklaard. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie, stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS).

De Voorzitter van de AbRS bepaalde bij uitspraak van 3 juli 2007 dat verweerder geen gevolg hoefde te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat op het hoger beroep was beslist. Het onderhavige geding betreft een vervolgberoep dat op 10 juli 2007 is ingediend. Volgens artikel 96, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 kan een vervolgberoep alleen worden ingediend indien het eerste beroep ongegrond is verklaard.

Aangezien het eerste beroep in deze zaak gegrond is verklaard, is het vervolgberoep niet-ontvankelijk. De rechtbank heeft dit tijdens de zitting van 24 juli 2007 uitgesproken en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Eiser vorderde tevens opheffing van de maatregel en toekenning van schadevergoeding, maar deze vorderingen konden in het vervolgberoep niet worden behandeld.

Uitkomst: Het vervolgberoep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage
zittinghoudende te Amsterdam
enkelvoudige kamer vreemdelingenzaken
Proces-verbaal van de zitting van 24 juli 2007 inhoudende mondelinge
Uitspraak
op grond van artikel 8:67 j? 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
jo artikel 96 en Pro 106 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)
reg. nr.: AWB 07/27958
V-nr.: 271.6569.251
inzake:
[Eiser], geboren op [geboortedatum] 1984, van (gestelde) Nigeriaanse nationaliteit, verblijvende in het Uitzetcentrum Schiphol te Oude Meer, eiser,
gemachtigde: mr. C.E. Stassen-Buijs, advocaat te Amsterdam,
tegen:
de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,
gemachtigde: mr. A.H.M. van Wijk, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.
Eiser is ter zitting in persoon verschenen, bijgestaan door mr. G.E. Jans, kantoorgenoot van eisers gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde.
Op 16 juni 2007 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in bewaring gesteld.
Het eerste beroep tegen de oplegging van de maatregel van bewaring is bij uitspraak van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 2 juli 2007 (AWB 07/24902) gegrond verklaard. Verweerder heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS).
Bij uitspraak van 3 juli 2007 (200704580/2) heeft de Voorzitter van de AbRS bepaald dat verweerder, voordat op het hoger beroep is beslist, geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 2 juli 2007.
Het onderhavige beroep van 10 juli 2007 betreft een vervolgberoep.
Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser namens eiser opheffing van de maatregel gevorderd
alsmede toekenning van schadevergoeding.
MOTIVERING
Onderhavig beroep is het tweede beroep tegen de toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel.
Artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000 bepaalt dat alleen een vervolgberoep kan worden ingediend als een eerste beroep tegen de oplegging van de maatregel van bewaring ongegrond is verklaard. Nu in het onderhavige geval het eerste beroep gegrond is verklaard, kan eiser niet worden ontvangen in zijn beroep.
BESLISSING
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
mr. E.M. de Buur
griffier
mr. G.S. Crince Le Roy
voorzitter
afschrift verzonden op:
Conc.:EB
Coll.:
D: B