ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1385
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige plaatsing van 17-jarige vreemdeling in uitzetcentrum en toekenning schadevergoeding
Eiser, een 17-jarige vreemdeling, werd op 19 juli 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Vanaf 23 juli 2007 werd hij niet in een justitiële jeugdinrichting geplaatst, maar ten onrechte in een uitzetcentrum, waar hij verbleef tot zijn uitzetting op 1 augustus 2007. Verweerder stelde dat artikel 16a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) het verblijf van een 17-jarige tot tien dagen in een politiecel toestaat, maar de rechtbank verwierp dit standpunt omdat niet was vastgesteld dat er geen plaats was in een opvanginrichting.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van vreemdelingenbewaring zelf rechtmatig was, maar dat de tenuitvoerlegging vanaf 23 juli 2007 onrechtmatig was omdat er geen wettelijke grondslag bestond voor plaatsing in een uitzetcentrum. De rechtbank volgde eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak dat jeugdigen van 16 en 17 jaar uiterlijk binnen vier dagen in een opvanginrichting moeten worden geplaatst.
Gelet op de onrechtmatige tenuitvoerlegging kende de rechtbank eiser een billijke schadevergoeding toe van €50 per dag voor de negen dagen dat hij niet in een opvanginrichting verbleef, totaal €450. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €483. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de tenuitvoerlegging betreft.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de tenuitvoerlegging van de maatregel vanaf 23 juli 2007 en kent een schadevergoeding van €450 toe.