ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1847
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet-tijdige betaling EMA
Verzoeker werd verplicht deel te nemen aan de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) en moest hiervoor binnen tien weken het cursusgeld van €664,65 betalen. Door een longontsteking was verzoeker tijdelijk niet in staat zijn bankzaken te regelen, waardoor de betaling niet tijdig werd verricht. Na constatering van de fout werd het bedrag alsnog betaald, maar dit was na de uiterste betaaldatum.
Verweerder verklaarde het rijbewijs van verzoeker ongeldig op grond van artikel 132, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, omdat verzoeker niet tijdig had betaald en daarmee niet de vereiste medewerking aan de EMA had verleend. Verzoeker stelde dat de ongeldigverklaring onevenredig was en dat zijn grote belang bij het rijbewijs voor zijn beroep meegewogen moest worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet tijdig betalen een bewuste risicoafweging van verzoeker was, omdat hij de betaling aan zijn niet-ervaren vriendin had overgelaten en niet tijdig controleerde. Het algemeen belang van verkeersveiligheid weegt zwaarder dan het persoonlijk belang van verzoeker. Er bestaat geen ruimte voor een belangenafweging bij de ongeldigverklaring. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens niet-tijdige betaling van de EMA is afgewezen.