ECLI:NL:RBSGR:2007:BB2053
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsvergunning generaal pardon
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende op 18 juli 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke werd afgewezen door verweerder. Verzoeker stelde dat hij niet voor asiel kwam, maar voor het generaal pardon, een regeling voor langdurig verblijvende vreemdelingen zonder verblijfsrecht. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker tijdens het gehoor verklaarde dat hij niet opnieuw asiel wilde aanvragen, maar de pardonregeling wilde benutten.
Verweerder had de aanvraag afgewezen op grond dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren en dat de aanvraag niet asielgerelateerd was. De rechtbank oordeelde echter dat het niet juist was om verzoeker in de AC-procedure op te nemen en de aanvraag in behandeling te nemen, omdat de aanvraag enkel was bedoeld om een besluit uit te lokken over het generaal pardon en niet om asielgronden aan te voeren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op de aanvraag moet beslissen met inachtneming van de overwegingen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds voldoende duidelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, omdat verzoeker bewust de procedure gebruikte om een beslissing over het generaal pardon uit te lokken.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en verweerder dient opnieuw te beslissen.