ECLI:NL:RBSGR:2007:BB2653
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen discretionaire verblijfsaanvraag op grond van schrijnende omstandigheden
Eisers, uitgeprocedeerde asielzoekers uit Oekraïne, dienden reguliere aanvragen in voor verblijfsvergunningen met medische gronden. Tussen de reguliere procedures door verzocht hun gemachtigde bij brief van 16 juli 2003 om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid van de minister om een verblijfsvergunning te verlenen op grond van schrijnende omstandigheden.
De minister reageerde bij brief van 11 november 2003 dat deze brief zou worden betrokken bij de nog te nemen beslissing in de reguliere procedure. Eisers maakten bezwaar tegen deze brief, maar de minister verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. Eisers stelden dat de brief als zelfstandige aanvraag moest worden gezien en dat hun schrijnende situatie onvoldoende was beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 16 juli 2003 dezelfde grondslag had als de reguliere aanvragen en dat het niet als een afzonderlijke aanvraag kon worden beschouwd. De brief van 11 november 2003 was een informatieve mededeling en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar was daarom terecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd gedaan door rechter S.W.S. Kiliç op 15 februari 2007.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar wordt ongegrond verklaard.