ECLI:NL:RBSGR:2007:BB2663
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onzorgvuldige voorbereiding
Verzoeker, een Ugandese asielzoeker, diende op 21 juni 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 1 augustus 2006 af, waarna verzoeker beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid, omdat het rapport van het nader gehoor van 7 juli 2006 pas op 17 juli 2006, tegelijk met het voornemen, aan verzoeker werd uitgereikt. Hierdoor kon verzoeker geen correcties of aanvullingen meer indienen die van invloed konden zijn op het voornemen.
Daarnaast had verweerder op grond van artikel 2:1 Awb Pro het voornemen ook aan de gemachtigde van verzoeker moeten toezenden. Dit gebeurde pas op 19 juli 2006, waardoor de termijn voor het indienen van een zienswijze te laat is gestart en verweerder voortijdig op de aanvraag heeft beslist. Verder was er geen grond voor het oordeel dat het eerste gehoor in het Engels onzorgvuldig was, aangezien verzoeker de tolk goed verstond.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en voortijdige beslissing.