ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3218
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Von Maltzahn
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van arbiter wegens schijn van vooringenomenheid in arbitrage over vennootschap
Haja Mosselkweek B.V. en J.W. Mosselkweek Bruinisse B.V. zijn vennoten in een vennootschap onder firma en voeren een arbitrageprocedure over de ontbinding van deze vennootschap. Haja BV verzocht om benoeming van arbiters, waarna een derde arbiter werd benoemd. Bruinisse BV diende een wrakingsverzoek in tegen deze derde arbiter vanwege diens eerdere rol in een gerelateerde arbitrageprocedure waarbij hij een vonnis had gewezen met oordelen over het beleid van Bruinisse BV en haar directeur.
Bruinisse BV stelde dat de eerdere betrokkenheid van de arbiter en diens eerdere oordelen over de vennootschap de schijn van vooringenomenheid wekten, waardoor diens onpartijdigheid en onafhankelijkheid in de huidige arbitrage in twijfel werden getrokken. Haja BV en de arbiter zelf voerden aan dat het wrakingsverzoek ongegrond was omdat de huidige arbitrage andere vraagpunten betrof.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de eerdere betrokkenheid van de arbiter en het vonnis uit 2003, waarin onder meer werd geoordeeld dat twee directeuren continuïteitsbedreigend hadden gehandeld, gerechtvaardigde twijfel wekken over de onpartijdigheid van de arbiter in de huidige procedure. Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en werd de arbiter gewraakt.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de derde arbiter wordt toegewezen wegens gerechtvaardigde twijfel aan diens onpartijdigheid.