ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3282
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van de moeder en gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van minderjarige
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot inroeping van staat en een aanvullend verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een minderjarige geboren in 2005. De geboorteakte vermeldde onjuist de toenmalige echtgenote van de man als moeder, terwijl de biologische moeder een ander persoon is. DNA-onderzoek toonde met grote waarschijnlijkheid aan dat de man en de biologische moeder de ouders zijn.
De rechtbank oordeelde dat de man niet-ontvankelijk was in zijn verzoeken, omdat alleen het kind of diens erfgenamen een verzoek tot inroeping van staat kunnen indienen. De bijzonder curator handhaafde het verzoek namens de minderjarige en stelde dat het in het belang van het kind was om de moeder correct te registreren en het vaderschap vast te stellen.
De rechtbank verklaarde de inroeping van staat gegrond, beval de verbetering van de geboorteakte conform artikel 1:24 BW Pro en stelde het vaderschap van de man vast. Tevens werd de gezamenlijke verklaring van moeder en man opgenomen dat de minderjarige de geslachtsnaam van de man zal dragen. De belangen van de minderjarige werden hiermee gewaarborgd en de onjuiste vermelding in de geboorteakte werd gecorrigeerd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de inroeping van staat gegrond, stelt de moeder vast en bevestigt het vaderschap van de man, met verbetering van de geboorteakte.