ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3377
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag inkomstenbelasting wegens schending hoorplicht
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2003, waarbij verweerder een hoger belastbaar inkomen en minder loonheffing verrekende dan door eiser opgegeven. Eiser begreep de aanslagberekening niet en vroeg om een gesprek om zijn aangifte te bespreken en eventuele fouten te corrigeren. Een eerste gesprek met een medewerker van de Belastingdienst vond plaats, maar eiser kon deze medewerker niet verstaan en verzocht om een gesprek met een andere medewerker. Dit tweede gesprek heeft niet plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om een gesprek een verzoek tot horen is zoals bedoeld in artikel 25, vierde lid, AWR. Het gehouden gesprek kan echter niet als een hoorzitting in de zin van de Awb worden beschouwd, omdat er geen effectieve communicatie was vanwege de onverstaanbaarheid van de ambtenaar. Verweerder heeft nagelaten eiser op een juiste wijze te horen, wat een schending van de hoorplicht oplevert.
De rechtbank acht aannemelijk dat eiser door deze schending is benadeeld, mede omdat niet vaststaat dat partijen het eens zijn over de relevante feiten en omstandigheden. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en wijst de zaak terug naar verweerder voor een nieuwe uitspraak op bezwaar nadat eiser correct is gehoord. Eiser is niet verschenen op de zitting, waardoor hij zich niet kon uitlaten over het zelf voorzien in de zaak door de rechtbank. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan eiser wordt vergoed.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing na correcte hoorzitting.