ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3482
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Poustochkine
- Schaaf
- Steenhuis
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende bewijs medeplegen moorden op Filippijnen
Verdachte werd in voorlopige hechtenis gehouden op verdenking van medeplegen en subsidiair uitlokken van het opzettelijk en met voorbedachten rade beroven van het leven van meerdere personen op de Filippijnen. Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte als voorzitter van de Communistische Partij van de Filippijnen (CPP) en het Centrale Comité (CC) strafrechtelijk verantwoordelijk kon worden gehouden.
De rechtbank overwoog dat de feiten in verband staan met onenigheid binnen het CPP en dat het besluit tot uitvoering binnen de partijstructuur is genomen. Voor medeplegen is echter vereist dat verdachte in Nederland in bewuste en nauwe samenwerking met daders op de Filippijnen heeft gehandeld.
Het dossier bevat aanwijzingen voor betrokkenheid bij het CC en de militaire tak NPA, maar onvoldoende concrete aanknopingspunten voor medeplegen of uitlokking van de specifieke feiten. Verklaringen van weduwen en schutters zijn onvoldoende concreet om ernstige bezwaren te rechtvaardigen.
Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af en beval de onmiddellijke opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.
Uitkomst: De rechtbank heft de voorlopige hechtenis van verdachte op wegens onvoldoende concrete aanwijzingen voor medeplegen of uitlokking.