ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3536
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van onvoldoende bewijs juridische band met verblijfgever
Eiser, van Ghanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument op grond van gemeenschapsrecht als familielid van een gemeenschapsonderdaan. Verweerder wees de aanvraag af omdat de juridische band tussen eiser en de verblijfgever niet was aangetoond. Eiser overlegde een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) waarin hij als kind in gezinsverband stond vermeld, maar dit werd niet als voldoende bewijs erkend.
De rechtbank oordeelde dat een inschrijving in de GBA niet tot bewijs van familierechtelijke relaties strekt en dat verweerder terecht aanvullende documenten mocht verlangen, zoals een geboorteakte of voogdijverklaring, conform artikel 10 van Pro de Verblijfsrichtlijn. De omstandigheid dat er sprake was van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, was onvoldoende om de juridische band in gemeenschapsrechtelijke zin aan te nemen.
Daarom kon eiser geen aanspraken ontlenen aan het gemeenschapsrecht en kwam hij niet in aanmerking voor het gevraagde verblijfsdocument. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechtbank wees tevens proceskostenveroordelingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.