ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3538
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Ongeldige model K-verklaring leidt tot afwijzing inschrijving bij aanbesteding ingenieursdiensten
Rijkswaterstaat organiseerde een openbare aanbesteding voor ingenieursdiensten verdeeld over vier percelen. De Combinatie diende een inschrijving in met een model K-verklaring, bedoeld om te waarborgen dat de inschrijving niet onder invloed van verboden mededingingsafspraken tot stand kwam. Deze verklaring moest volgens artikel 2.25.3 ARW 2005 ondertekend zijn door een statutair bestuurder.
De Combinatie stelde dat de verklaring rechtsgeldig was ondertekend door de heer A, die volgens haar statutair directeur was. Rijkswaterstaat baseerde zich echter op het handelsregister waaruit bleek dat de heer A procuratiehouder was en niet statutair bestuurder. De rechtbank oordeelde dat de verklaring daarom ongeldig was en dat Rijkswaterstaat terecht de inschrijving terzijde had gelegd.
De rechtbank verwierp het verweer van de Combinatie dat het begrip bestuurder ruimer moest worden uitgelegd en dat Rijkswaterstaat onzorgvuldig had gehandeld door niet om aanvullende bewijsstukken te vragen. Ook de vorderingen van Movares en Haskoning tot tussenkomst werden niet ontvankelijk verklaard. De Combinatie werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De inschrijving van de Combinatie werd terecht ongeldig verklaard wegens een model K-verklaring die niet door een statutair bestuurder was ondertekend.