ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3542
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortduring vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
Eiser is op 23 april 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Gedurende de periode tot 11 juli 2007 heeft verweerder geen handelingen verricht om de uitzetting van eiser te effectueren. Pas na bijna drie maanden vond het eerste vertrekgesprek plaats, waarbij een laissez passer-aanvraag werd ingevuld.
De rechtbank stelt vast dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het nalaten van verweerder rechtvaardigen. De voortduring van de bewaring vanaf de vijftiende dag na inbewaringstelling, 8 mei 2007, tot de opheffing op 19 juli 2007, is daarom onrechtmatig.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, wijst een schadevergoeding toe van €5040,- (72 dagen à €70,-) voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de Staat in de proceskosten van €322,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting op basis van het dossier en ingediende stukken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de Staat tot betaling van €5040 schadevergoeding wegens onrechtmatige voortduring van vreemdelingenbewaring.