ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3587
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bij te late procedure in aanbestedingsgeschil over gunning lichtopstanden
De zaak betreft een geschil over de openbare aanbesteding voor het ontwerpen, bouwen, plaatsen, opleveren en onderhouden van lichtopstanden langs vaarwegen. Eiseres, Pintsch Aben B.V., vordert dat de Staat de opdracht niet aan Monshouwer gunt maar aan haarzelf, en dat zij inzage krijgt in de offerte van Monshouwer. De Staat voert verweer dat het kort geding niet tijdig is aangebracht.
De aanbesteding valt onder het Aanbestedingsreglement Werken 2005 (ARW 2005). De Staat heeft in een brief van 11 oktober 2006 een termijn van 15 dagen gesteld waarbinnen een kort geding tegen de gunningsbeslissing moest worden gestart. Hoewel het ARW 2005 ook een termijn van 90 dagen kent, is de 15-dagen termijn in de brief als vervaltermijn door de Staat gesteld.
Pintsch Aben heeft het kort geding pas op 27 december 2006 aanhangig gemaakt, ruim na het verstrijken van de 15-dagen termijn. De rechtbank oordeelt dat er geen omstandigheden zijn die een uitzondering op deze vervaltermijn rechtvaardigen. Het feit dat de Staat de opdracht nog niet heeft gegund, is onvoldoende om de termijn te negeren. Ook het argument dat Pintsch Aben pas later duidelijkheid kreeg over de ongeschiktheid van Monshouwer, kan geen uitzondering rechtvaardigen omdat zij dan onverwijld had moeten handelen.
De rechtbank verklaart Pintsch Aben niet-ontvankelijk in haar vorderingen en veroordeelt haar in de proceskosten van €1.067,-. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage op 16 februari 2007.
Uitkomst: Pintsch Aben wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig aanhangig maken van het kort geding binnen de gestelde 15-dagen termijn.