ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3662
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onduidelijke identiteit
Eiser, erkend als verdragsvluchteling in Roemenië sinds 2001, vroeg in 2003 asiel aan in Nederland. Verweerder wees de aanvraag in 2006 af wegens ongeloofwaardig asielrelaas en twijfel over de identiteit van eiser, die een andere identiteit en verhaal gebruikte dan in Roemenië.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende documenten over zijn identiteit en reisrelaas heeft overgelegd en dat het ontbreken hiervan aan hem is toe te rekenen. Het asielrelaas bevatte inconsistenties, was niet coherent en ontbeerde positieve overtuigingskracht. Het dactyloscopisch onderzoek en fotovergelijking door Roemeense autoriteiten ondersteunen dit oordeel.
Eiser stelde zich op het standpunt dat hij een contra-expertise moest kunnen laten verrichten, maar de rechtbank vond zijn ontkenning onvoldoende concreet om dit te rechtvaardigen. De brief van de Roemeense autoriteiten bevestigde dat Nederland verantwoordelijk is voor eiser als vluchteling, maar dit verplicht Nederland niet tot erkenning zolang eiser zijn identiteit betwist.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardig asielrelaas en onduidelijke identiteit.