ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3950
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vrijheidsontnemende maatregel in gesloten onderzoekscentrum bij asielprocedure
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, werd op 10 augustus 2007 de toegang tot Nederland geweigerd en direct een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd in een gesloten onderzoekscentrum (OC). Hij stelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het onderscheid tussen een open OC en een gesloten OC vervaagt, wat tot willekeur zou leiden. Tevens voerde hij aan dat de zaak binnen de reguliere aanmeldcentrumprocedure (AC) had kunnen worden afgedaan en dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld.
Verweerder stelde zich op het standpunt dat een nadere motivering van het besluit om een vreemdeling naar een gesloten OC te sturen niet nodig is, mits het onderzoek binnen zes weken wordt afgerond, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Subsidiair wees verweerder op het feit dat eiser ongedocumenteerd is, veel heeft aangevoerd in zijn asielprocedure en dat nadere gehoren noodzakelijk zijn.
De rechtbank oordeelde dat uit de jurisprudentie niet volgt dat een algemene regel geldt dat een gesloten OC-zending niet gemotiveerd hoeft te worden. De enkele niet nader gemotiveerde stelling van eiser dat hij documenten probeert te verkrijgen, was onvoldoende om het besluit aan te tasten. Ook achtte de rechtbank het onderscheid tussen OC en gesloten OC voldoende duidelijk en vond zij dat verweerder niet onvoldoende voortvarend had gehandeld.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel in een gesloten onderzoekscentrum wordt ongegrond verklaard.