ECLI:NL:RBSGR:2007:BB4060
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevel tot spoedige plaatsing in tbs-kliniek wegens onredelijke wachttijd
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand en een maatregel tbs met dwangverpleging. Na het uitzitten van zijn straf wacht hij inmiddels twintig maanden op plaatsing in een tbs-kliniek, wat volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een onredelijke wachttijd is, aangezien een termijn van zes maanden als acceptabel wordt beschouwd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de Staat onrechtmatig handelt door eiser niet tijdig in een tbs-kliniek te plaatsen. Hoewel onmiddellijke plaatsing niet zonder meer kan worden toegewezen vanwege belangen van andere wachtenden, zijn er bijzondere omstandigheden die voorrang rechtvaardigen. Eiser staat als eerste op de centrale wachtlijst, maar vanwege zijn specifieke problematiek komt hij slechts voor twee klinieken in aanmerking, waar hij op beide als vierde staat.
Gezien de overschrijding van de acceptabele wachttijd, de korte duur van de gevangenisstraf en het gebrek aan concreet uitzicht op behandeling, beveelt de rechtbank de Staat om eiser uiterlijk 1 december 2007 in een geschikte tbs-kliniek te plaatsen. Andere vorderingen, zoals vrijlating of plaatsing in een civiele kliniek, worden afgewezen. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Staat wordt bevolen eiser uiterlijk 1 december 2007 in een tbs-kliniek te plaatsen.