ECLI:NL:RBSGR:2007:BB4270
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen proceskostenveroordeling wegens niet-beroepsmatig verleende rechtsbijstand
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft opposant verzet ingesteld tegen een proceskostenveroordeling die was opgelegd in een eerdere uitspraak van 20 juli 2007. De rechtbank had toen opposant veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres, omdat opposant niet tijdig een nieuw besluit op bezwaar had genomen. Opposant betoogde dat de gemachtigde van eiseres niet als een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent kon worden aangemerkt, zoals vereist is voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank overwoog dat het verzet niet ziet op de hoofdzaak, maar slechts op de toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Er is geen regeling voor dit soort nevendictum-verzet, maar de rechtbank kan volstaan met het vervallen verklaren van de proceskostenveroordeling zonder de hoofdzaak te herzien. Uit de stukken bleek dat de gemachtigde van eiseres optrad vanuit een privéadres en niet beroepsmatig rechtsbijstand verleende. Dit werd bevestigd door de aard van de correspondentie en bankafschriften.
De rechtbank concludeerde dat de proceskostenveroordeling onterecht was opgelegd en verklaarde het verzet gegrond. De uitspraak van 20 juli 2007 werd vervallen verklaard voor zover deze betrekking had op de proceskostenveroordeling. Een veroordeling in de kosten van het verzet werd niet uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de proceskostenveroordeling vervalt.