ECLI:NL:RBSGR:2007:BB4616
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens disproportionaliteit en ontbreken feitelijke grondslag
Eiseres, van Somalische nationaliteit, werd op 7 september 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, met het oog op overdracht aan Groot-Brittannië op basis van een Dublin-claim. De noodzakelijke documenten voor deze overdracht waren aanwezig. Eiseres betoogde dat de bewaring een onevenredig zwaar middel was en dat een lichter middel passend zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat eiseres zich hield aan haar meldplicht in het asielzoekerscentrum te Luttelgeest en dat zij de terugkeer naar Groot-Brittannië niet langer aanvocht. Verweerder voerde een belangenafweging aan die niet in de stukken was terug te vinden, waarbij de vrees voor onttrekking aan toezicht centraal stond. De rechtbank vond deze vrees ongegrond gezien de feiten en omstandigheden.
Gezien het ontbreken van andere zwaarwegende belangen en de disproportionaliteit van de maatregel, oordeelde de rechtbank dat voortzetting van de bewaring niet gerechtvaardigd was. De bewaring werd met onmiddellijke ingang opgeheven en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiseres wordt opgeheven wegens disproportionaliteit en gebrek aan feitelijke grondslag voor voortzetting.