ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5102
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting
Eiseres, een Franse nationaliteit houdende vrouw zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 29 augustus 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op haar uitzetting. Zij was eerder strafrechtelijk gedetineerd en beschikte over een geldige Franse identiteitskaart. De gemachtigde van eiseres voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting, ondanks tijdige kennis van haar vrijlating en bereidwilligheid tot medewerking.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring aanvankelijk gerechtvaardigd was gezien het ontbreken van rechtmatig verblijf, onvoldoende middelen van bestaan, en het vermoeden dat eiseres zich aan uitzetting zou onttrekken. Echter, de rechtbank stelde vast dat de overdracht van het dossier aan de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) onnodig vertraagd was, terwijl volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voortvarendheid vereist is en overdracht reeds op de eerste werkdag na inbewaringstelling had kunnen plaatsvinden.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring vanaf 5 september 2007 onrechtmatig was en verklaarde het beroep gegrond. De maatregel werd met ingang van 11 september 2007 opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding van €420 toegekend voor de onrechtmatige bewaring en werden de proceskosten aan eiseres toegewezen. De uitspraak benadrukt het belang van voortvarendheid bij uitzettingen en de verantwoordelijkheid van de overheid voor vertragingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de vreemdelingenbewaring en wijst schadevergoeding en proceskosten toe.