ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5120
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht in vreemdelingenbewaring
De advocaat heeft namens eiser beroep ingesteld tegen een vermeende vreemdelingrechtelijke maatregel tot vrijheidsontneming, zonder dat eiser daadwerkelijk in vreemdelingenbewaring was genomen. De rechtbank stelde vast dat eiser zich niet in vreemdelingenbewaring bevond en dat de advocaat voorafgaand aan het instellen van het beroep geen contact met eiser had gehad, noch dat eiser had ingestemd met het beroep. Hierdoor was de advocaat niet bevoegd tot het instellen van het beroep en trad hij op eigen titel op.
Omdat aan het instellen van het beroep geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ten grondslag lag, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat sprake was van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht door de advocaat, omdat hij zonder voldoende onderzoek en zonder contact met eiser het beroep had ingesteld en bovendien niet was verschenen op de zitting, waardoor de rechtbank niet in staat was vragen te stellen.
De rechtbank veroordeelde de advocaat op grond van artikel 8:75 Awb Pro tot betaling van de door verweerder gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 322,00. De uitspraak werd gedaan door rechter E.H.M. Druijf op 2 oktober 2007 in de enkelvoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de advocaat wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.