ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5127
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens niet aannemelijke terugkeer naar land van herkomst bij herhaalde asielaanvraag
Eiser heeft in 1998 een asielaanvraag ingediend die in 2004 definitief werd afgewezen. Hij stelt in 2005 met bemiddeling van de Internationale Organisatie voor Migratie naar Soedan te zijn teruggekeerd en vervolgens opnieuw Nederland te zijn binnengekomen om een nieuwe asielaanvraag in te dienen.
De rechtbank beoordeelt of de terugkeer aannemelijk is gemaakt zoals vereist door de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het overgelegde vliegticket betreft slechts een reis naar Ethiopië, en er is geen bewijs dat eiser daadwerkelijk in Soedan is aangekomen. Een fax van de IOM bevestigt dat aankomst in Khartoem niet kan worden vastgesteld en verder onderzoek niet mogelijk is.
Ook het overgelegde document van de veiligheidsdienst is niet authentiek vastgesteld en zegt niets over de terugkeer. Eiser heeft geen documenten overgelegd van zijn terugreis uit Soedan, en stelt deze kwijtgeraakt te zijn.
Omdat de terugkeer niet aannemelijk is, kunnen de na terugkeer gestelde nieuwe feiten niet worden meegewogen. De aanvraag wordt daarom aangemerkt als een aanvraag zonder nieuwe feiten in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, wat leidt tot afwijzing van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de terugkeer naar Soedan niet aannemelijk is gemaakt.