ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5188
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige toepassing hoorplicht bij ambtshalve weigering verblijfsvergunning
Eiser, van Iraakse nationaliteit, kreeg bij besluit van 23 mei 2005 ambtshalve een reguliere verblijfsvergunning bepaalde tijd onthouden vanwege het driejarenbeleid, omdat hij een strafbare antecedent had. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. Eiser stelde dat hij ten onrechte niet was gehoord in de bezwaarprocedure, terwijl dit volgens hem op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel had moeten gebeuren.
De rechtbank overwoog dat het primaire besluit was gebaseerd op artikel 3.77, eerste lid, onder c, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), maar dat dit artikel niet van toepassing is op ambtshalve beslissingen zoals in deze zaak. Verweerder had ondanks het terechte bezwaar van eiser dit artikel toch gehandhaafd en bovendien beleidsregels uit paragraaf C2/9.3 van de Vreemdelingencirculaire toegepast zonder eiser de mogelijkheid te geven bijzondere omstandigheden aan te voeren.
De rechtbank concludeerde dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten eiser te horen in de bezwaarprocedure, waardoor het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen veertien weken opnieuw te beslissen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ambtshalve weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.