ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5276
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke zaak over asielaanvraag wegens bedreiging door Maoïsten en Nepalese autoriteiten
Eiser, een Nepalese asielzoeker, werd door de Maoïsten gedwongen voedsel te verstrekken en door het leger bedreigd en geslagen vanwege deze steun. Na zijn ondervraging werd hij door de Maoïsten ontvoerd en beschuldigd van het doorgeven van informatie aan de autoriteiten. Hij vluchtte vervolgens naar Pokhara en later naar Nederland.
Verweerder wees de asielaanvraag af met het argument dat de vrees voor vervolging niet aannemelijk was, mede omdat eiser na ondervraging door het leger niet meer werd lastiggevallen. De rechtbank oordeelt dat dit oordeel niet redelijk is, gelet op het ambtsbericht en rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch die een verslechterde veiligheidssituatie en ernstige mensenrechtenschendingen in Nepal beschrijven.
De rechtbank stelt vast dat het verstrekken van voedsel aan de Maoïsten al aanleiding was voor moord door de autoriteiten en dat personen die zich tot de autoriteiten wenden juist verdacht worden van maoïstische sympathieën. De motivering van verweerder voldoet niet aan het vereiste van een deugdelijke motivering volgens de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van de asielaanvraag.