ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5328
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens achterhouden gegevens en betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen
Eiser, afkomstig uit Afghanistan, had een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die door verweerder werd ingetrokken op grond van artikel 1 F van het Vluchtelingenverdrag (VLV). Verweerder stelde dat eiser als politiek secretaris bij de politie in Kabul betrokken was geweest bij mensenrechtenschendingen door het rapporteren over dissidenten aan de veiligheidsdienst, wat eiser had verzwegen.
Eiser voerde aan dat zijn functie verkeerd was vertaald en dat hij slechts beleidsambtenaar was zonder betrokkenheid bij opsporing of rapportage over politieke tegenstanders. Ook stelde hij dat het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel waren geschonden door de lange duur van het onderzoek en dat hij geen reëel risico liep bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken duidelijk maakte dat politiek secretarissen verantwoordelijk waren voor rapportage aan de veiligheidsdienst, ook in Kabul. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat deze rapportageplicht niet voor hem gold. De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel en concludeerde dat verweerder terecht de vergunning had ingetrokken. Ook was geen sprake van een schending van artikel 3 EVRM Pro.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wegens achterhouden van gegevens en betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen.