ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6022
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens gebrek aan nieuw bewijs en twijfel aan identiteit
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Eerder was vastgesteld dat zijn opgegeven identiteit en nationaliteit ernstig konden worden betwijfeld, mede door een eerdere aanvraag in Engeland onder een andere naam en nationaliteit. Een taalanalyse bracht aan het licht dat verzoeker niet afkomstig is uit Centraal-Irak, zoals hij stelde, maar uit Arbil en omgeving.
De rechtbank oordeelt dat de overgelegde identiteitskaart en bewijs van Iraaks staatsburgerschap geen nieuw bewijs vormen, aangezien deze documenten eerder hadden kunnen worden overgelegd en bovendien vals zijn bevonden door de Koninklijke Marechaussee. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij uit Centraal-Irak afkomstig is, waardoor het beschermingsbeleid voor Centraal-Irak niet op hem van toepassing is.
Verder is geen strijd met artikel 3.119 Vreemdelingenbesluit 2000 vastgesteld, omdat het rapport van de KMAR slechts als aanvullend argument is gebruikt en verzoeker voldoende gelegenheid had om hierop te reageren. De aanvraag wordt daarom afgewezen met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: De herhaalde asielaanvraag wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuw bewijs en ernstige twijfel aan de identiteit van verzoeker.