ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6026
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag Irakees wegens ongeloofwaardig asielrelaas en geen relevante wijziging van recht
Verzoeker, een Iraakse nationaliteit, heeft op 19 september 2007 een herhaalde aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is afgewezen door verweerder op grond van artikel 4:6, tweede lid, Awb, omdat de aanvraag niet als nieuw kan worden beschouwd. Eerder was een aanvraag van verzoeker op 10 augustus 2003 afgewezen en die beslissing was onherroepelijk geworden.
Verzoeker stelde dat hij aanspraak kon maken op categoriale bescherming en dat de Europese Richtlijn 2004/83/EG (Richtlijn) relevant was, met name artikel 15 en Pro 17, die betrekking hebben op subsidiaire bescherming. Verzoeker voerde aan dat het Nederlandse beleid strenger is dan de Richtlijn en dat zijn veroordeling geen ernstig misdrijf betrof, waardoor hij niet uitgesloten zou moeten worden van bescherming.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het asielrelaas van verzoeker ongeloofwaardig is bevonden en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een individuele bedreiging door willekeurig geweld in Centraal-Irak. Tevens is vastgesteld dat er geen relevante wijziging van het recht is die verzoeker ten goede komt. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.W. Janssen op 12 oktober 2007. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open voor het verzoek om voorlopige voorziening, maar tegen de uitspraak in de bodemzaak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.