ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6435
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening schorsing ongewenstverklaring vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling van Colombiaanse nationaliteit, is ongewenst verklaard door de staatssecretaris van Justitie na een onherroepelijk vonnis wegens een strafbaar feit. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening die de schorsing van deze ongewenstverklaring beoogde, omdat hij vreest strafrechtelijke vervolging op grond van artikel 197 Wetboek Pro van Strafrecht.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van verzoeker bij schorsing is gelegen in het voorkomen van handelingen door politie en justitie. Echter, het toewijzen van de voorziening kan niet garanderen dat verzoeker in de toekomst gevrijwaard blijft van strafrechtelijke handelingen. De strafrechtelijke consequenties van de ongewenstverklaring dienen door het openbaar ministerie en strafrechter te worden beoordeeld.
De voorzieningenrechter constateert dat een strafzaak tegen verzoeker wegens overtreding van artikel 197 WvSr Pro reeds is geseponeerd. Gelet hierop en het ontbreken van een rechtstreeks belang wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Tevens worden geen proceskosten aan partijen toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de ongewenstverklaring wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.