ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6536
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing discretionaire bevoegdheid schrijnendheid en mvv-vereiste in vreemdelingenrecht
Verzoekster, van Joegoslavische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier, welke werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Zij deed een beroep op de discretionaire bevoegdheid vanwege schrijnendheid en het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank overweegt dat het systeem van de wet en het mvv-vereiste niet uitsluiten dat in schrijnende gevallen kan worden afgeweken van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule. Bovendien blijkt uit eerdere praktijk dat verweerder in soortgelijke schrijnende gevallen het mvv-vereiste niet heeft toegepast, wat het gelijkheidsbeginsel raakt.
Verweerder heeft in het besluit geen motivering gegeven over het beroep op schrijnendheid en het gelijkheidsbeginsel, terwijl dit wel vereist is bij heroverweging in bezwaar. De rechtbank wijst het bezwaar niet af wegens gebrek aan redelijke kans van slagen en treft een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op bezwaar is beslist.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en wijst zij de Staat der Nederlanden aan als de partij die deze kosten moet voldoen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Voorlopige voorziening verleend waardoor uitzetting wordt opgeschort en verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.