ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6768
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens te late indiening verlengingsaanvraag verblijfsvergunning
Eiseres diende op 7 september 2005 een aanvraag in voor verlenging van haar verblijfsvergunning, die was verlopen op 27 januari 2005, waardoor een verblijfsgat ontstond. Verweerder verleende de vergunning met ingang van 7 september 2005, maar wees het bezwaar van eiseres tegen deze beslissing af. Eiseres stelde dat de late indiening niet aan haar toe te rekenen was, omdat zij geen verblijfsdocument of formulieren voor verlenging had ontvangen, wat door verweerder werd erkend.
De rechtbank oordeelde dat de late indiening buiten de redelijke termijn van zes maanden viel en dat eiseres, ondanks erkenning van het ontbreken van formulieren, zelf verantwoordelijk was voor tijdige indiening. Het beleid zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000 bepaalt dat een aanvraag die meer dan zes maanden na afloop van de vorige vergunning wordt ingediend, in principe als een eerste toelating wordt beschouwd, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de late indiening aan eiseres kan worden toegerekend en dat het beleid redelijk is. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot een andere beslissing leidden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beschikking van verweerder gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van de verlengingsaanvraag die aan haar kan worden toegerekend.