ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6815
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat brief van 28 april 2003 als aanvraag verblijfsvergunning moet worden aangemerkt
Eiser heeft op 28 april 2003 een brief gestuurd waarin hij verzocht om een verblijfsvergunning regulier op grond van schrijnende omstandigheden, waarbij hij verweerder vroeg gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid. Verweerder heeft deze brief op 29 oktober 2003 betrokken bij een lopende reguliere procedure, maar niet als zelfstandige aanvraag behandeld en het bezwaar van eiser tegen deze handelwijze niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 28 april 2003 voldoet aan de voorwaarden van een aanvraag als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet Pro 2000 en artikel 1:3 Awb Pro. De reactie van verweerder moet daarom worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb. Verweerder heeft ten onrechte de brief niet als aanvraag erkend en zijn reactie niet als besluit aangemerkt, waardoor het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank vernietigt de bestreden beschikking en beveelt verweerder opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van correcte kwalificatie van verzoeken en besluiten binnen vreemdelingenprocedures.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de brief van 28 april 2003 als aanvraag moet worden aangemerkt en vernietigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het bezwaar.