ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7204
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C. van Boven - Hartogh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stelling verblijfsvergunningaanvraag
Verzoeker diende op 27 december 2006 een schriftelijke aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder stelde deze aanvraag bij besluit van 14 maart 2007 buiten behandeling omdat verzoeker niet persoonlijk was verschenen om de benodigde gegevens te verstrekken. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg tevens een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de aanvraag schriftelijk kon worden ingediend, maar dat op grond van artikel 24 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 3.102 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de benodigde gegevens persoonlijk moesten worden verstrekt. Verweerder had verzoeker daartoe uitgenodigd en een termijn van twee weken gegeven om te verschijnen, maar verzoeker verscheen niet.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling had gesteld omdat verzoeker niet had voldaan aan het vereiste van het persoonlijk verstrekken van gegevens. Het beroep op eerdere uitspraken slaagde niet. Gezien deze omstandigheden was er geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de buiten behandeling stelling van de verblijfsvergunningaanvraag wordt afgewezen.