ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7416
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank wijst vordering af inzake toezegging ambtshalve vermindering navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting
Eiser, bestuurder en aandeelhouder van WRT, vorderde een verklaring dat de Staat wanprestatie pleegde door niet ambtshalve de navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting voor Trading te verminderen. Hij baseerde dit op een vermeende toezegging van een inspecteur tijdens een zitting, waarin werd gesteld dat bij vaststelling dat geen straalzandtransacties hadden plaatsgevonden, de aanslagen ambtshalve zouden worden verminderd.
De rechtbank oordeelde dat er geen overeenkomst tot stand was gekomen omdat de toezegging niet op verzoek van eiser was gedaan en geen wederkerige prestatie bevatte. De toezegging kwam neer op toepassing van bestaand beleid en was afhankelijk van een strikte voorwaarde: het hof moest vaststellen dat geen straalzandtransacties hadden plaatsgevonden.
De rechtbank stelde vast dat de navorderingsaanslagen formele rechtskracht hadden en dat het beleid van de Belastingdienst ambtshalve vermindering alleen toestaat bij onmiskenbaar onjuiste aanslagen. De uitleg van eiser was te ruim en niet redelijk, gezien de context en het feit dat hij de uitlatingen niet zelf had gehoord. De vorderingen werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.