ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7447
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.R. van der Graaf
- Rechtspraak.nl
Loonvordering bij overgang van onderneming en betwisting werkgeverschap
Eiser was sinds november 2004 in dienst bij Y. B.V., die toen de naam Z B.V. droeg. Op 31 januari 2007 sloten Y. en X. een overeenkomst over de overdracht van de onderneming van Y. aan X. met een activa- en passiva-transactie. Eiser kreeg een opvolgende arbeidsovereenkomst bij X. per 1 april 2007, welke hij aanvaardde. Het salaris over april en mei 2007 werd door X. betaald.
X. stelde later dat de overdracht niet was geëffectueerd en dat de overeenkomst met Y. was ontbonden wegens niet-nakoming. Eiser vorderde loonbetaling vanaf 1 juni 2007 van X., subsidiair van Y. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst met X. uitgangspunt is en dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de ontbinding van de overeenkomst tussen X. en Y. rechtsgeldig is.
Daarom werd de loonvordering tegen X. toegewezen bij wijze van voorlopige voorziening, inclusief wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging. De vordering tot wedertewerkstelling werd afgewezen omdat X. geen bedrijf meer uitoefent. De subsidiaire vordering tegen Y. verviel. Proceskosten werden verdeeld tussen partijen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De loonvordering van eiser tegen X. B.V. wordt toegewezen bij wijze van voorlopige voorziening, de subsidiaire vordering tegen Y. B.V. wordt afgewezen.