ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7676
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Nakoming en doorhaling hypotheekrecht bij verkoop bedrijfspand na faillissement
In deze zaak staat de geldigheid en uitvoerbaarheid van een koopovereenkomst van een bedrijfspand centraal, waarbij eisers nakoming van de koopakte en doorhaling van het hypotheekrecht door de Rabobank vorderen. De curator van de gefailleerde verkoper vordert in reconventie doorhaling van de koopakte uit de registers.
De onroerende zaak was verkocht voor € 800.000, terwijl taxatierapporten hogere waarden aangaven. De Rabobank, als hypotheekhouder, had toestemming gegeven voor de verkoop onder voorwaarden, waaronder een bouwrecht ten gunste van een aan de verkoper gelieerde vennootschap. De curator betoogde dat deze clausule en de lage verkoopprijs paulianeus handelen en doeloverschrijding opleveren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Rabobank niet gehouden is haar hypotheekrecht door te halen, omdat de clausule een wezenlijk belang van de bank betrof en een hogere verkoopprijs mogelijk is. Hierdoor hadden eisers geen belang meer bij levering. De vorderingen van eisers werden afgewezen, terwijl de curator werd toegewezen om de inschrijving van de koopakte te doen doorhalen en om de onderhandse verkoop door de curator te gedogen.
De uitspraak bevat tevens dwangsommen en een bepaling dat deze vatbaar zijn voor matiging. De kosten van de procedure worden verdeeld waarbij eisers in de kosten worden veroordeeld.
Uitkomst: De vorderingen van eisers worden afgewezen en de vorderingen van de curator tot doorhaling van de koopakte worden toegewezen.