ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7679
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P. van Baaren
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan voortvarendheid bij uitzettingshandelingen
Eiser, een vreemdeling van Chinese nationaliteit, werd op 18 oktober 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde hiertegen beroep in en vorderde tevens een schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 31 oktober 2007 en constateerde dat de Staatssecretaris gedurende twaalf dagen vanaf de inbewaringstelling geen activiteiten had ondernomen om de uitzetting van eiser te effectueren.
Verweerder kon ter zitting niet aangeven wanneer de uitzettingshandelingen zouden worden hervat, terwijl er geen aanwijzingen waren dat eiser niet wenste mee te werken aan zijn uitzetting. De rechtbank oordeelde dat de vereiste voortvarendheid bij uitzetting ontbrak en verklaarde het beroep gegrond. De maatregel van bewaring werd met ingang van de uitspraak opgeheven.
Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van € 350,-- voor vijf dagen detentie, berekend tegen € 70,-- per dag. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 644,--. De uitspraak werd gedaan door mr. R.P. van Baaren op 5 november 2007.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring werd opgeheven wegens gebrek aan voortvarendheid en eiser kreeg een schadevergoeding van € 350 toegekend.