ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7720
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. van den Heuvel
- D.H. Hamburger
- J. de Gans
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende belangen voortzetting na zeven maanden
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, verbleef meer dan zeven maanden in vreemdelingenbewaring nadat hij op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag ongewenst was verklaard. De rechtsgevolgen van deze ongewenstverklaring waren echter opgeschort door voorlopige voorzieningen, waardoor uitzetting tijdelijk werd tegengehouden.
De rechtbank behandelde meerdere beroepen van eiser tegen de voortzetting van de bewaring. Verweerder stelde dat de bewaring gerechtvaardigd bleef vanwege de ongewenstverklaring en het belang van uitzetting. Eiser voerde aan dat hij geen zware criminele antecedenten had, dat de ongewenstverklaring nog niet onherroepelijk was en dat uitzetting op korte termijn niet mogelijk was.
Na een uitgebreide belangenafweging concludeerde de rechtbank dat het lange tijdsverloop sinds het begin van het onderzoek en de voorlopige voorzieningen ertoe leiden dat het belang van eiser bij vrijlating zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij voortzetting van de bewaring. De maatregel werd daarom per 7 november 2007 opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op per 7 november 2007 wegens onvoldoende zwaarwegende belangen voor voortzetting.