ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8127
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering risico schending artikel 3 EVRM in Bangladesh
Eiser, afkomstig uit Bangladesh en behorend tot de Bihari-minderheid, vreesde bij terugkeer een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro vanwege het risico op marteling en mishandeling door politie en gevangenbewaarders. Hij was verdachte van illegaal wapenbezit en had zich onttrokken aan zijn meldplicht. De minister wees zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning af, stellende dat het risico onvoldoende was onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat de minister de risico-inschatting onvoldoende had gemotiveerd en geen deugdelijke onderbouwing gaf, bijvoorbeeld door het ontbreken van een ambtsbericht. De rechtbank nam de door eiser overgelegde rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch serieus, waarin sprake is van wijdverbreide en structurele martelingen, vooral gericht tegen minderheden zoals de Bihari.
De rechtbank stelde vast dat het risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro niet alleen wordt bepaald door gerichte acties tegen de persoon, maar ook door de algemene situatie van willekeurig geweld. Gezien de kwetsbare positie van de Bihari en de ernst van de situatie in Bangladesh, concludeerde de rechtbank dat eiser een reëel risico loopt.
Het besluit van de minister werd vernietigd en de minister werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op schending van artikel 3 EVRM.