ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8229
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over ingangsdatum en intrekking verblijfsvergunning voortgezet verblijf
Eiser heeft op 26 mei 2005 een aanvraag ingediend tot wijziging van zijn verblijfsvergunning van verblijf bij partner naar voortgezet verblijf. Verweerder stelde aanvankelijk de ingangsdatum van de vergunning afhankelijk van informatie van de gemeente Leek, die onjuiste gegevens verstrekte over de inschrijving van eiser.
De rechtbank constateert dat verweerder de bewijslast niet bij eiser heeft gelegd, maar afging op onjuiste gemeentelijke informatie. Dit leidde tot een te late ingangsdatum van de vergunning, namelijk 27 december 2005 in plaats van eerder. De rechtbank oordeelt dat eiser op het moment van aanvraag al voldeed aan de voorwaarden van artikel 26, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000.
Verder is vastgesteld dat de relatie tussen eiser en zijn partner op 3 januari 2005 feitelijk was verbroken, waardoor de eerdere verblijfsvergunning terecht per die datum is ingetrokken. De rechtbank vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze de ingangsdatum van de nieuwe vergunning op 27 december 2005 stelt en beveelt een nieuw besluit.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en deugdelijke motivering door het bestuursorgaan en het juiste gebruik van gemeentelijke gegevens.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en beschikking vernietigd wegens onjuiste ingangsdatum verblijfsvergunning.