ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8330
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.L. Weerkamp
- S.A.M.L. van den Bosch-van de Sande
- E.C.H. Kouwenhoven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag wegens oorlogsmisdrijven in de DRC
Eiser, een Congolese burger die sinds 2004 in Nederland verblijft, is ongewenst verklaard op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege ernstige redenen om te veronderstellen dat hij oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid heeft gepleegd in de Democratische Republiek Congo (DRC). Hij voerde verweer tegen deze ongewenstverklaring en stelde onder meer dat hij niet persoonlijk betrokken was bij de misdrijven en dat hij niet correct is gehoord.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiser persoonlijk en bewust heeft deelgenomen aan de gepleegde misdrijven, waaronder mishandeling, marteling en buitengerechtelijk doden van burgers, tijdens zijn dienst bij de militaire politie en milities in de DRC. Dit oordeel is gebaseerd op eisers eigen verklaringen, gezaghebbende rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch, en het beleid van de Vreemdelingencirculaire 2000 inzake ‘personal and knowing participation’.
Verder concludeert de rechtbank dat het feit dat eiser alleen schriftelijk zijn zienswijze mocht geven in strijd is met artikel 4:9 Awb Pro, maar dat dit geen vernietiging van het besluit rechtvaardigt omdat eiser voldoende gelegenheid had zijn standpunten te uiten. Ook is vastgesteld dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is op procedures op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Ten slotte is geoordeeld dat artikel 3 EVRM Pro zich niet duurzaam verzet tegen terugkeer van eiser naar de DRC.
Op basis van deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de ongewenstverklaring van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring blijft in stand.