ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8645
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing omgangsrecht moeder met minderjarige gedurende twee jaar
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek van de moeder tot vaststelling van een omgangsregeling met haar minderjarige kind, waarbij de vader verweer voerde en tevens een wijziging van de verblijfplaats van het kind bij hem verzocht. Beide ouders hebben gezamenlijk gezag over het kind.
De moeder wenste omgang gedurende één weekend per veertien dagen en de helft van de schoolvakanties en feestdagen, uitvoerbaar bij voorraad. De vader stelde dat omgang op dit moment niet in het belang van het kind is vanwege haar therapie en school, en dat het vertrouwen van het kind in de moeder was geschaad door het niet nakomen van een eerdere omgangsregeling.
De rechtbank oordeelde dat de verblijfplaats van het kind bij de vader wordt vastgesteld, aangezien dit overeenkomt met de feitelijke situatie. Gezien de psychische gesteldheid van het kind, haar therapie en het verleden achtte de rechtbank omgang met de moeder op dit moment schadelijk en schorst daarom het recht op omgang voor twee jaar. Deze termijn kan worden gebruikt voor traumaverwerking en voorbereiding op toekomstige omgang.
De moeder kan gedurende deze periode schriftelijk haar belangstelling tonen en na afloop opnieuw een verzoek indienen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en vervangt de eerdere regeling uit 2000.
Uitkomst: De rechtbank schorst het recht op omgang van de moeder met de minderjarige voor twee jaar en wijzigt de verblijfplaats van het kind naar de vader.