ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8646
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek grootouders tot omgangsregeling met minderjarige wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
De grootouders verzochten de rechtbank om een omgangsregeling met hun kleinkind vast te stellen, dan wel een informatieregeling. Zij stelden dat er sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking en family life zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De vader voerde verweer en stelde dat de grootouders onvoldoende inspanningen hebben geleverd en dat er geen nauwe persoonlijke betrekking bestaat. De minderjarige heeft een belast verleden met een gewelddadige ex-partner van de moeder, en sinds medio 2005 is er geen contact tussen de minderjarige en de grootouders.
De rechtbank oordeelde dat de grootouders niet ontvankelijk zijn omdat niet is voldaan aan het vereiste van een nauwe persoonlijke betrekking. Tevens weegt het belang van de minderjarige, die rust en veiligheid nodig heeft, zwaarder dan het belang van de grootouders. De rechtbank benadrukte voorzichtigheid gezien de omstandigheden en stelde dat het sturen van kaartjes en cadeautjes toegestaan blijft.
De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter M. Dam op 9 november 2007. De grootouders werden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoeken tot omgangs- en informatieregeling.
Uitkomst: De grootouders worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot omgangsregeling en informatieregeling met de minderjarige.