ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8818
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing ongewenstverklaring en niet-ontvankelijkverklaring beroep asielbesluit
Verzoeker is geconfronteerd met een afwijzend asielbesluit en een daaropvolgende ongewenstverklaring door de Minister van Justitie. De rechtbank oordeelt dat verzoeker terecht artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen, maar vernietigt het besluit om andere redenen. Verzoeker heeft in bezwaar tegen de ongewenstverklaring gemotiveerd en gedocumenteerd zijn oorspronkelijke asielrelaas herzien, waardoor het kennelijke beroep van verweerder op het ne bis in idem-beginsel niet slaagt.
De rechtbank stelt vast dat zonder nader onderzoek onzeker is of verzoeker nog steeds daden heeft verricht die zware misdrijven opleveren volgens Nederlands recht. De afwijkende feiten en documenten die verzoeker aanvoert, zijn niet onderhevig aan de novumtoets in het kader van de ongewenstverklaring. Daarom dient verweerder deze feiten mee te wegen in zijn besluitvorming.
Het beroep tegen het asielbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker geen belang heeft zolang hij ongewenst is verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongewenstverklaring wordt toegewezen door schorsing van het besluit. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Weerdesteijn op 20 november 2007.
Uitkomst: Het beroep tegen het asielbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en de ongewenstverklaring wordt geschorst.