ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9270
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen Rabobank wegens onverschuldigde betaling en onrechtmatige daad na frauduleuze overschrijvingen
In deze zaak vordert de Rabobank terugbetaling van een bedrag van €4.034,23 dat frauduleus door derden op de rekening van gedaagde is gestort met vervalste overschrijvingsformulieren. Gedaagde heeft de gelden na storting volledig opgenomen, maar is door het hof vrijgesproken van betrokkenheid bij de fraude.
De Rabobank baseert haar vordering primair op onverschuldigde betaling, subsidiair op ongerechtvaardigde verrijking en meer subsidiair op onrechtmatige daad. Gedaagde stelt dat hij zijn bankpas en mogelijk pincode aan een derde heeft gegeven in ruil voor drugs, in de veronderstelling dat die derde geen transacties kon verrichten omdat zijn rekening leeg was.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde als ontvanger te goeder trouw moet worden aangemerkt omdat hij niet op de hoogte was van de frauduleuze stortingen en geen betrokkenheid had. Hoewel het afgeven van bankpas en pincode onzorgvuldig was, leidt dit niet tot afwezigheid van goeder trouw of aansprakelijkheid jegens de Rabobank.
Daarom worden de vorderingen wegens onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad afgewezen. De Rabobank wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vorderingen van de Rabobank tot terugbetaling van frauduleus gestorte bedragen worden afgewezen omdat gedaagde te goeder trouw was.