ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9283
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige inbewaringstelling van Turkse werknemer met verblijfsrecht op grond van Besluit 1/80
Eiser, een Turkse onderdaan die meerdere jaren legale arbeid in Nederland heeft verricht, werd op 31 oktober 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij beriep zich op het Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad, dat hem op grond van zijn arbeidsgeschiedenis verblijfsrechten toekent. Zijn gemachtigde stelde dat dit recht ook voorafgaand aan de inbewaringstelling aan de hulpofficier van justitie was voorgelegd, maar dit niet in het proces-verbaal was opgenomen.
De rechtbank constateerde dat het beroep van eiser op het verblijfsrecht niet zorgvuldig was onderzocht voorafgaand aan de inbewaringstelling. Er waren onvoldoende aanknopingspunten om te concluderen dat eiser niet aan de voorwaarden voor verlenging van zijn verblijfsvergunning voldeed. Ook een strafrechtelijke veroordeling van eiser tastte voorshands zijn verblijfsrechtelijke positie niet aan, mede gelet op het Dogan-arrest van het Hof van Justitie.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot inbewaringstelling onzorgvuldig was voorbereid en genomen, waardoor het beroep gegrond werd verklaard. De maatregel werd met ingang van 15 november 2007 opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding van €1100,00 toegekend voor de periode van onrechtmatige vrijheidsontneming, en werden proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en een schadevergoeding toegekend.