ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9287
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verhuurder voor val door gebrek balkonhek
Een huurster, geboren in 1927, raakte ernstig gewond toen de houten balustrade van het balkon van haar gehuurde woning afbrak, waardoor zij enkele meters naar beneden viel. Zij liep meerdere botbreuken, een zware hersenschudding en een klaplong op, en verbleef maanden in verpleeginstellingen. De huurster vorderde vergoeding van materiële en immateriële schade van de verhuurder.
De verhuurder voerde verweer dat hij niet op de hoogte was van het gebrek en dat de huurster eigen schuld had omdat zij het gebrek niet had gemeld. De kantonrechter stelde vast dat het balkonhek vermolmd was en dat dit gebrek niet voldoende was bestreden door de verhuurder. Ook was het aannemelijk dat het gebrek niet bestond bij aanvang van de huur en dat de verhuurder tekort was geschoten in onderhoud.
De kantonrechter oordeelde dat de verhuurder aansprakelijk is op grond van artikel 7:208 BW Pro. Het beroep op eigen schuld van de huurster faalde wegens gebrek aan bewijs. De vorderingen tot vergoeding van immateriële schade (€34.000), materiële schade (€1.119,52) en buitengerechtelijke incassokosten (€1.542,85) werden toegewezen, met wettelijke rente vanaf 5 januari 2006. De kosten van de procedure werden aan de verhuurder opgelegd.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële en materiële schade en incassokosten wegens val door vermolmd balkonhek.