ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9299
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens gevaar voor openbare orde na misdrijf onder pseudoniem
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan voor verblijf bij zijn partner in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser een gevaar voor de openbare orde zou vormen. Dit standpunt baseerde verweerder op het feit dat eiser op 11 december 2000 een misdrijf had gepleegd waarbij hij zich na arrestatie en in de strafrechtelijke procedure had uitgegeven onder een pseudoniem, waarvoor een gevangenisstraf van twee weken was opgelegd.
Eiser voerde aan dat het vonnis tegen de persoon met het pseudoniem was uitgesproken en niet tegen hemzelf, en dat de vreemdelingenrechter niet zelfstandig tot het oordeel kon komen dat hij het misdrijf had gepleegd. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder bevoegd was de aanvraag te weigeren op grond van artikel 3.77, eerste lid, aanhef en onder c, Vreemdelingenbesluit, ook al was het vonnis tegen een ander uitgesproken. De rechtbank stelde dat het rapport van de politie Amsterdam-Amstelland van 27 september 2005, waarin werd vastgesteld dat eiser zich onder het pseudoniem had laten registreren, als betrouwbaar mocht worden beschouwd.
De rechtbank overwoog dat eiser geen concrete aanknopingspunten had aangevoerd om de juistheid van het rapport te betwijfelen. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) werd verworpen, omdat het verblijf van eiser in Nederland op basis van een mvv slechts diende om de aanvraag in te dienen en geen verblijfsrecht gaf om het gezinsleven uit te oefenen. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de openbare orde zwaarder woog dan het belang van eiser om zijn gezinsleven in Nederland voort te zetten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning regulier wordt afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde.